Een @Ingridlieten doen, een @Yleterme doen, een @lidlbelgium doen. Tot gisteren dacht iedereen bij dit laatste nog gewoon aan een of andere goedkope 1 +1 gratis actie zolang de voorraad strekt van deze Duitse discountketen.
Daar heeft de actie #luxevooriedereen anders over beslist. In zijn alom bekende en goedkoop overkomende stijl beloofde Lidl gisteren (maandag) 5 voedselpakketten ter waarde van 20 euro weg te geven aan de voedselbanken per twitterbericht met de hashtag “luxevooriedereen”. Goed gevonden en bedacht, vooral omdat ze hiermee de slogan waarmee ze hun eindejaarsproducten aan de man proberen te brengen extra in de verf kunnen zetten. En dan nog gratis, voor niks. Want twitter, dat kost toch geen geld. Of beter gezegd. Voor Lidl mag dat geen geld kosten.
Een mooi staaltje van geklungel waar de Social Media experten en alle would-be’s uit die sector volgaarne hun tanden zullen inzetten. Het is screenshots maken geblazen, want voor je het goed en wel beseft, is deze storm ook al weer voorbijgeraasd ten koste van alweer een andere communicatieblunder.
Dat onze minister voor innovatie al eens een mail durft sturen naar een verkeerde bestemmeling, heeft al eens de krantenkoppen gehaald. Maar dat een marketingdienst een twitterbericht verstuurt, naar mediafiguren? Nou moe.
Je zult maar cum laude afgestudeerd zijn als Master Pol & Soc en dan in het begin van je carrière zoiets meemaken. Geen sinecure voor Pieterjan Rynwalt om te proberen de meubelen te redden.
Bij het groeiend succes van het e-mailverkeer circuleerden er destijds al mails waarin gesteld werd dat Bill Gates zijn fortuin wou verdelen. Iedereen die de mail doorstuurde, zou op die manier rijk kunnen worden. “For every person that you forward this e-mail to, Microsoft will pay you $5.00, for every person that you sent it to that forwards it on, Microsoft will pay you $3.00 and for every third person that receives it, you will be paid $1.00.” Remember ? En iedereen zijn brievenbus maar in de gaten houden en wachten op de cheque die nooit toekwam. Een hoax noemen ze dat, een die ondertussen is uitgegroeid tot een urban legend zelfs.
Intussen weet iedereen wat hem of haar te doen staat als zo’n mail nu en dan nog eens opduikt.
Ik vond het wat tegenvallen. De goedgelovigheid van de twittergemeenschap, die toch te boek staat als kritisch. Om zomaar #luxevooriedereen te retweeten zonder enige bedenking te ventileren dat Lidl wellicht zijn verplichting niet zou kunnen nakomen. Maar daar zal nu verandering in komen.
@LidlBelgium had het effect van zijn eerste tweet – de teller staat momenteel op 6 – wellicht anders ingeschat. Het amateuristisch niveau zal alvast zijn sporen nalaten. Welk merk zal op korte of lange termijn nog (durven) uitpakken met een (gelijkaardige) actie op twitter? Wie zal zich de volgende keer op twitter opnieuw durven belachelijk maken naar zijn vele volgers ?
Twitteraars tweeten graag, maar retweeten even graag omdat ze weten dat hun followers iets aan hun (re)tweets hebben. Als alle misnoegde twitteraars nu de hashtag luxevooriedereen gaan gebruiken om hun ongenoegen te uiten, weten we nu al welke hashtag tegen het einde van de dag trending zal zijn. Maar dat is stof voor @bvlg
Back to Lidl. Zal de discountketen er zomaar vanaf komen? Een woord is een woord. En beloofd is beloofd. Een mens zou zowaar terug verlangen naar de tijd dat Ivo Mechels van Test Aankoop niet van de beeldbuis weg te slaan was. Me dunkt moet Lidl steeds voldoende goederen in huis halen in verhouding tot zijn actie, of geldt dit niet omdat het hier gaat om (eenouder)gezinnen die in armoede leven?
Nochtans is twitter inzetten ‘voor het goede doel’ geen probleem. Dat heeft Music for Life vorig jaar al bewezen. Zolang je niet alleen een goed maar ook een meetbaar doel voor ogen hebt. Had Lidl van zijn eerste tweet een uitdaging – challenge in het vakjargon – gemaakt als “Wanneer dit bericht 1000 keer geretweet wordt, schenken we 1.000 voedselpaketten weg” waren ze er (nog) goedkoper vanaf gekomen, en waren ze sympathiek uit de hoek gekomen.
En ja, de kritische twittergemeenschap had dit ook volgaarne geretweet, want twitteraars zijn niet alleen kritisch maar ook zeer sociaal.
En tot slot. Mocht er een of andere marketingverantwoordelijke meelezen. Een lezing bijwonen van @bnox of het boek van @stevenVBe lezen of even bellen met @jcaudron kan je een hoop ellende besparen. Vraag het maar aan Pieterjan Rynwaldt.
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
dinsdag 11 december 2012
woensdag 29 augustus 2012
Waarom praten altijd beter zal zijn dan roepen op sociale media.
Op de blog van Scott Monty stootte ik onlangs op een gastartikel van Daniel Tynski, hoofd marketing bij BlueGlass, een marketingagentschap uit Florida dat gespecialiseerd is in het creëren en promoten van content-marketingcampagnes. Niet alleen de titel leek me aantrekkelijk, over zijn visie over 'content' zijn wij het meer dan eens.
Er wordt veel gedebatteerd over de waarde van sociale media. Al bij al
is het ook gemakkelijk om te discussiëren over het potentieel van sociale media
als een krachtig verkoopkanaal. De mogelijkheid om met zo veel mensen tegelijk
te kunnen communiceren is enorm aantrekkelijk voor marketeers en
bedrijfsleiders, met een goudkoorts als gevolg die ontelbaar veel “sociale
media experten” uit de grond heeft doen rijzen.
Ondanks dit enthousiasme is er nog steeds veel controverse over de
juiste manier om te verkopen binnen het sociale landschap. Zelfs de
poortwachters zelf (de grootste sociale netwerken) hebben het moeilijk om ook
echt geld te halen uit hun community. Het debat over de doeltreffendheid van de
sociale media gaat dus verder.
Het initiële enthousiasme wordt meestal gevolgd door gefrustreerde
desinvestering, wat dan op zijn beurt leidt tot verkeerde conclusies over het
potentieel van marketing op het sociale domein. Deze eerste conclusies zijn
meestal gebaseerd op een fundamenteel verkeerde opvatting van het sociale
publiek. Verkeerde conclusies over de waarde van sociale media zijn geen bewijs
van het echte potentieel van sociale media, ze illustreren wel hoe
inefficiënt het kan zijn om traditionele marketingstrategieën toe te passen in
een niet-traditionele omgeving.
Om het simpel te stellen: het sociale landschap is meestal geen
efficiënt direct verkoopkanaal. Het is een kans om in contact te komen met
potentiële klanten. Om succesvol te zijn op sociale media is een ingrijpende
verandering nodig – een doelbewuste verandering van mentaliteit om een
eenvoudig feit te begrijpen: mensen kopen van mensen die ze kennen en
vertrouwen.
Door je publiek te onderwijzen, te entertainen, of hen een
plek te bieden waar ze informatie kunnen delen met hun vrienden, creëer
je waarde. Meer zelfs, door consistent te zijn bouw je vertrouwen op.
Content wordt dan je krachtigste tool om relaties aan te knopen en een
trouwe aanhang op te bouwen. Het allereerste doel van marketing met content is
om je bezoekers te koesteren - hen te geven wat je concurrentie niet kan of
wil, hen te onderwijzen, te inspireren, enthousiast te maken. Door content te
creëren krijgt je publiek de kans om in contact te komen met je bedrijf, ermee
te interageren en feedback te geven. Het is de stimulans voor de conversaties
en dialogen die het vertrouwen in een merk kunnen opbouwen op lange termijn.
In plaats van de gebruikers van sociale media te zien als een anonieme
massa waar je je goederen aan kwijt kan, worden ze potentiële fans van je merk,
mensen waar je aan kan geven, en van leren. Manieren vinden om waarde te bieden
aan dit publiek wordt het doel. Wanneer dat de essentie wordt van elk
marketinginitiatief, dan begin je te innoveren op een manier die behulpzaam en
waardevol is.
Door een ander standpunt aan te nemen is het makkelijk om sociale media
te beschouwen als een plek vol met nieuwe mogelijkheden. Het is een
ongelooflijk grote ruimte waar gewiekste zakenmannen hun perfecte doelpubliek
uit kunnen halen. In de toekomst kan marketing via sociale media enkel
succesvol zijn als er een publiek gecreëerd en behouden kan worden dat ook
buiten de sociale netwerken bestaat. Met geweldige content kan je mensen op je
website krijgen – maar als het daar bij blijft is het nutteloos. Je kan enkel
op lange termijn succes boeken als je er in slaagt om bezoekers te verleiden
tot toekomstige interacties met je bedrijf.
Als hoofd marketing bij een digitaal agentschap zie ik als eerste de
impact van interne marketingstrategieën die draaien rond het creëren van content.
Om resultaat te boeken engageren we ons om opmerkelijke content te maken, en we
spenderen veel tijd aan het bedenken van manieren om een nieuw publiek dichter
bij ons merk te brengen. We focussen meer specifiek op:
- De
groei van het sociale publiek (volgers op Twitter en fans op Facebook)
- Het
aanmoedigen van interactie met content op de site (reageren en delen)
- De
groei van mensen die zich inschrijven voor de nieuwsbrief (via mail)
We rekenen op sociale media als een eerste punt van interactie, en we
vertrouwen op de gebruikers om te helpen onze boodschap en onze content te
verspreiden. We hebben ons bedrijf gebouwd met deze interne strategieën, die op
deze moment verantwoordelijk zijn voor 90% van onze potentiële klanten.
De meeste bedrijven spannen het paard echter achter de wagen. Ze zien
een gigantische markt en nemen aan dat die markt staat te popelen om te kopen.
Dat is de verkeerde aanpak voor de meeste bedrijven, en in de meeste
omstandigheden. Om langdurig en duurzaam succes te boeken online moet je eerst
een geëngageerd en trouw publiek uitbouwen. Verfijn dit publiek en bouw het
uit via sociale media. Gebruik content om ze te verleiden, contact met ze te
hebben en hun vertrouwen op te bouwen. Probeer dat publiek blijvend voor je te
winnen, en te entertainen, en je zal een voordeel creëren met een enorme waarde
op lange termijn.
Dit was een gastartikel op de blog van Scott Monty door Daniel Tynski,
hoofd marketing bij BlueGlass,
een marketingagentschap uit Florida dat gespecialiseerd is in het creëren en
promoten van boeiende content-marketingcampagnes voor bedrijven van alle
groottes.
Vertaald door Nele De Pauw.
Labels:
content,
Scott Monty,
social media
Locatie:
Gent, België
maandag 21 november 2011
10 vragen om aan uw Social Media Bureau te stellen.
Tegenwoordig weet iedereen wel ‘iets’ van social media. De ene noemt zich #conversationmanager de ander #expert. Gelukkig is er nog de IAB Taskforce Social die onlangs de definitieve richtlijnen voor het inhuren van social media agencies of experts publiceerde. Het document is een reactie op het sterk groeiend aantal social media specialisten en biedt organisaties een houvast om de juiste partij aan te trekken. De social media experts binnen het Taskforce Social van het IAB hebben tien richtlijnen opgesteld en deze telkens voorzien van een vraag die aan een Request for Proposal kan worden toegevoegd.
Wij grasduinden in het document en noteerden alvast de 10
pijlers en evenveel vragen om zo de expertise van het bureau na te gaan op het
vlak van social media.
- EXPERTISE
- Geef aan welke social media
expertises er in de organisatie vertegenwoordigd zijn en hoe deze
expertise is ontwikkeld.
- REFERENTIES
- Wie zijn de belangrijkste
klanten, bij welke ervan zijn soortgelijke projecten gerealiseerd
en is er ervaring met de branche waarin de opdrachtgever opereert?
- WALK
THE TALK - In hoeverre wordt social
media ook voor de eigen
onderneming ingezet, op welke wijze wordt het geïntegreerd en hoe draagt
het bij tot het succes van
uw onderneming?
- RETURN
ON INVESTMENT - Op welke manier zouden
jullie gezien onze doelstellingen succes
definiëren en dit meetbaar maken?
- VISIE
OP SOCIAL MEDIA - Geef uw visie op social
media alsmede uw verwachting
hoe dit zich de komende jaren verder zal ontwikkelen en welke rol u ziet
weggelegd voor (onderdelen van) onze organisatie
- KWALITEIT
- Welke initiatieven worden door de organisatie ondernomen om kwaliteit te waarborgen?
- ORGANISATIE
- Geef aan hoeveel personen uw organisatie heeft, hoeveel hiervan expertise hebben opgebouwd op het
gebied van social media en sinds
wanneer de organisatie deze dienst aanbiedt.
- BRANCHEORGANISATIES
& MARKTSTANDAARDEN - Bij welke branche organisaties is uw organisatie aangesloten, in
hoeverre is men daarin actief lid en in welke mate wordt geconfirmeerd aan
marktstandaarden en regelgeving?
- INTERNE
ORGANISATIE - Wat is de visie op het gebruik van social
media voor en door de interne
organisatie?
- SAMENWERKING
- Wat is de visie op de
samenwerking en wat zijn de ideeën over de invulling hiervan op lange termijn?
Labels:
conversation manager,
facebook,
foursquare,
IAB,
social media,
social media expert,
twitter
Locatie:
Sint-Niklaas, België
donderdag 4 november 2010
Foursquare - Een wereld waar je burgemeester kan zijn.
Foursquare is een sociale netwerksite waar de gebruikers strijden om de titel van ‘mayor’ van een bepaalde locatie. Hoewel het aantal gebruikers nog relatief beperkt is in vergelijking met andere netwerksites, kan het voor marketeers toch een interessante manier zijn om hun bedrijf te promoten. Katherine Rosman schreef hierover het artikel “A World in Which You Can Be Mayor” dat verscheen op The Wall Street Journal Digital Network.
Op Foursquare.com wordt er gestreden voor een titel, de eer en kortingen. Marketeers maken hier gretig gebruik van. Barack Obama is de president van de Verenigde Staten, maar Dustin Davis is op Foursquare de mayor (burgemeester) van het Oval Office. De 30-jarige Davis is ook mayor van het Pentagon, waar hij in het echte leven werkt als IT specialist, en van de eeuwige vlam aan het graf van John F. Kennedy op de Nationale Begraafplaats van Arlington, waar hij regelmatig voorbij wandelt op weg naar zijn werk.
“Als je mayor van het Oval Office bent, mag je daar natuurlijk ook wel over opscheppen”, zegt Davis. Het recht om op te scheppen is de grootste prijs die je kan verdienen op Foursquare, een snelgroeiend spel op een sociale netwerksite waarbij frequente bezoekers van een plaats een virtuele status krijgen. De meeste gsm’s zijn uitgerust met een gps-systeem, waarmee de gebruikers kunnen “inchecken” bij restaurants, winkels en andere gebouwen die ze regelmatig bezoeken. Marketeers kunnen hen dan kortingen en prijzen aanbieden. Gebruikers checken ook in op exclusieve plaatsen waar ze gewoon in de buurt van komen.
Foursquare heeft al 4 miljoen leden verworven sinds het 20 maand geleden is opgericht, waarvan 1 miljoen leden in de laatste 6 weken. De gebruikers van Foursquare strijden voor de titel van “mayor” van een specifieke plaats. Deze titel krijg je wanneer je in de laatste 60 dagen meer dan anderen hebt “ingecheckt” op die plaats. Marketeers gebruiken dit systeem om een bezoek aan hun bedrijf aan te moedigen en om hun beste klanten te belonen. Het winkelcentrum MarketFair in Princeton, New Jersey, behoudt een van de beste parkeerplaatsen voor de “Foursquare Mayor”.
De mayor van het W Montreal hotel krijgt elke eerste woensdag van de maand valetparking, een behandeling in het kuuroord of een gratis overnachting.
Marketeers houden Foursquare nu in het oog als een mogelijk medium om gericht promotie te voeren. Momenteel is het aantal leden echter nog te klein voor de meeste merken, volgens Frank Desiderio, co-directeur van de technologische afdeling van OgilvyOne Worldwide. “Volgens ons is er veel potentieel, maar voorlopig zijn de cijfers nog niet voldoende.”
De meeste spelers op Foursquare zijn erg toegewijd en strijdlustig. Ze gebruiken Foursquare om te zien waar hun vrienden uithangen en om speciale voordelen te krijgen. Ze weten heel wat over technologie en zijn er zich van bewust dat marketeers hun koopgewoonten kunnen afleiden. Wat voor hen een spelletje is, zien anderen als data en wiskunde.
Arby’s, een Amerikaanse fastfoodketen, is vorige maand met een promotie gestart op Foursquare: de mayors van 37 locaties (van Evansville in Indiana tot Huntsville in Alaska) krijgen voorbehouden plaatsen aan de “Mayor tafels” en 50% korting op hun maaltijd. Dit biedt aan Arby’s de kans om een getrouwheidsprogramma uit te werken en om nieuwe producten uit te testen door een medium te gebruiken waar ze zelf niet voor hebben moeten betalen. Bovendien worden ze zo geassocieerd met een product dat bekend is op het internet. “Dit is het kruispunt van de hype rond de sociale media waar we deel van willen uitmaken en de mogelijkheid om zich op de echte wereld te richten, waar grotere bedrijven naar op zoek zijn”, zegt Bob Kraut, ondervoorzitter van Arby’s Restaurant Group Inc.
Gebruikers van Foursquare vragen aan anderen of ze hen mogen volgen, net zoals op Facebook en andere sociale netwerken. Ze concurreren met elkaar om “badges” te verzamelen, zoals de “Gym Rat”-badge die je krijgt nadat je in 30 dagen 10 keer hebt ingecheckt bij een fitnesscentrum. Deze zoektocht werkt als een stimulans om de hele dag door op verschillende plaatsen in te checken, want je weet nooit waardoor je een badge zult winnen.
Sommige badges worden ook gesponsord. Foursquare-gebruikers die Mazda volgen en die inchecken op deelnemende uitgaansgelegenheden, kunnen de Mazda-badge winnen en maken bovendien kans op een nieuwe auto. De Washington Redskins, een American Football team, kondigde onlangs ook aan dat iedereen die het team volgt op Foursquare en bij wedstrijden incheckt op het FedExField of in bepaalde “Redskin bars” kans maakt op een prijs: zitplaatsen, toegangspassen waarmee men voor de wedstrijd het veld op mag en een ontmoeting met de mascotte, een holbewoner, van de verzekeringsmaatschappij Geico op de wedstrijd van 15 november tegen de Philadelphia Eagles.
De gesponsorde badges zijn de enige bron van inkomsten voor Foursquare, zegt de 26-jarige Tristan Walker, recent afgestudeerd aan de Stanford Graduate School of Business en verantwoordelijke bij Foursquare voor de ontwikkeling van het bedrijf. Hij wil niet zeggen hoeveel de sponsoring kost, maar zegt enkel dat de prijs afgestemd wordt op de doelstellingen van het bedrijf. Maar het belangrijkste voor kleine bedrijven is de kans om klantengetrouwheid op te bouwen, zegt hij.
De 40-jarige Ian Letts, de helft van het commercial-directing team Perlorian Brothers , zegt dat hij op plaatsen in Los Angeles (waar hij mayor is van Chateau Marmont) en Toronto incheckt. “Ik doe dat niet voor het gratis koekje”, zegt hij. Het interessante eraan vindt hij “zijn sporen na te laten. Het is een soort van onzichtbare graffiti die alleen zichtbaar is voor de andere mensen in dit wereldje.”
Michael Arrington heeft zijn best gedaan om zijn politieke cv op Foursquare achter te laten. Arrington, de stichter van de website TechCrunch (die onlangs voor ongeveer 21 miljoen euro werd overgenomen door AOL Inc.), was tot dinsdag 2 november mayor van het hoofdkantoor van Facebook in Palo Alto, Californië. Hij woont echter in Seattle en is in jaren niet in de buurt geweest van het Facebook-kantoor. Hij gaf een programmeur de opdracht een code te ontwikkelen om de regel van Foursquare te kunnen omzeilen die stelt dat je in de buurt van een plaats moet zijn om te kunnen inchecken.
De 40-jarige Arrington zegt dat hij een kick krijgt van Foursquare en (zeker) Facebook te slim af te zijn. Toch heeft hij geen voordelen gekregen. “Ik vind wel dat ik een werknemersoptie verdien als mayor van Facebook”, zei Arrington onlangs.
Foursquare heeft deze week nieuwe regels ingevoerd: een bedrijf kan iemands titel van mayor ontnemen als het vermoedt dat die werd verkregen door vals te spelen. Dinsdag ontzette Facebook Arrington uit zijn functie, zei de woordvoerster van Foursquare.
Toen hij hoorde van zijn ontslag, reageerde Arrington via e-mail met de boodschap “LOL”. Facebook, dat het onlangs mogelijk heeft gemaakt om uitsluitend op hun kantoor op Foursquare in te checken, weigerde enige commentaar te geven.
De mayor van het Four Seasons restaurant in Manhattan, een favoriete stek voor invloedrijke personen op leeftijd, is de 26-jarige Gary He, een fotograaf uit Brooklyn. “Hier is niemand anders die Foursquare gebruikt, dus ben ik de mayor”, zei hij. He heeft het spel uitgelegd aan Alex von Bidder, de manager van het restaurant. “Ik had geen idee wat Foursquare was, en eigenlijk snap ik het nog steeds niet” zei von Bidder. Toen de barmannen hoorden dat He de mayor was, brachten ze hem een gratis bord koekjes. “De winnaar moet beloond worden”, zei von Bidder.
Luke’s Lobsters heeft twee vestigingen in New York. De mayors van beide vestigingen krijgen een korting van 10% en hun foto’s worden geprojecteerd op de tv-schermen aan de muren. “Iedereen spreekt me met mijn naam aan wanneer ik binnenkom”, zegt Sara Davis, mayor van de vestiging in de Upper East Side van Manhattan, New York. “Het is zo leuk! Ik voel me net burgemeester Bloomberg!”
Toen aan de kabinetschef van Obama werd gevraagd hoe ze dachten over de claim die Davis legt op het Oval Office, reageerde Bill Burton, woordvoerder van het Witte Huis, in een e-mail als volgt: “Ik denk dat je daarvoor beter een virtuele woordvoerder contacteert.”
Vrij vertaald door Noortje Van Den Steen naar het artikel “A World in Which You Can Be Mayor“ van Katherine Rosman.
Op Foursquare.com wordt er gestreden voor een titel, de eer en kortingen. Marketeers maken hier gretig gebruik van. Barack Obama is de president van de Verenigde Staten, maar Dustin Davis is op Foursquare de mayor (burgemeester) van het Oval Office. De 30-jarige Davis is ook mayor van het Pentagon, waar hij in het echte leven werkt als IT specialist, en van de eeuwige vlam aan het graf van John F. Kennedy op de Nationale Begraafplaats van Arlington, waar hij regelmatig voorbij wandelt op weg naar zijn werk.
“Als je mayor van het Oval Office bent, mag je daar natuurlijk ook wel over opscheppen”, zegt Davis. Het recht om op te scheppen is de grootste prijs die je kan verdienen op Foursquare, een snelgroeiend spel op een sociale netwerksite waarbij frequente bezoekers van een plaats een virtuele status krijgen. De meeste gsm’s zijn uitgerust met een gps-systeem, waarmee de gebruikers kunnen “inchecken” bij restaurants, winkels en andere gebouwen die ze regelmatig bezoeken. Marketeers kunnen hen dan kortingen en prijzen aanbieden. Gebruikers checken ook in op exclusieve plaatsen waar ze gewoon in de buurt van komen.
Foursquare heeft al 4 miljoen leden verworven sinds het 20 maand geleden is opgericht, waarvan 1 miljoen leden in de laatste 6 weken. De gebruikers van Foursquare strijden voor de titel van “mayor” van een specifieke plaats. Deze titel krijg je wanneer je in de laatste 60 dagen meer dan anderen hebt “ingecheckt” op die plaats. Marketeers gebruiken dit systeem om een bezoek aan hun bedrijf aan te moedigen en om hun beste klanten te belonen. Het winkelcentrum MarketFair in Princeton, New Jersey, behoudt een van de beste parkeerplaatsen voor de “Foursquare Mayor”.
De mayor van het W Montreal hotel krijgt elke eerste woensdag van de maand valetparking, een behandeling in het kuuroord of een gratis overnachting.
Marketeers houden Foursquare nu in het oog als een mogelijk medium om gericht promotie te voeren. Momenteel is het aantal leden echter nog te klein voor de meeste merken, volgens Frank Desiderio, co-directeur van de technologische afdeling van OgilvyOne Worldwide. “Volgens ons is er veel potentieel, maar voorlopig zijn de cijfers nog niet voldoende.”
De meeste spelers op Foursquare zijn erg toegewijd en strijdlustig. Ze gebruiken Foursquare om te zien waar hun vrienden uithangen en om speciale voordelen te krijgen. Ze weten heel wat over technologie en zijn er zich van bewust dat marketeers hun koopgewoonten kunnen afleiden. Wat voor hen een spelletje is, zien anderen als data en wiskunde.
Arby’s, een Amerikaanse fastfoodketen, is vorige maand met een promotie gestart op Foursquare: de mayors van 37 locaties (van Evansville in Indiana tot Huntsville in Alaska) krijgen voorbehouden plaatsen aan de “Mayor tafels” en 50% korting op hun maaltijd. Dit biedt aan Arby’s de kans om een getrouwheidsprogramma uit te werken en om nieuwe producten uit te testen door een medium te gebruiken waar ze zelf niet voor hebben moeten betalen. Bovendien worden ze zo geassocieerd met een product dat bekend is op het internet. “Dit is het kruispunt van de hype rond de sociale media waar we deel van willen uitmaken en de mogelijkheid om zich op de echte wereld te richten, waar grotere bedrijven naar op zoek zijn”, zegt Bob Kraut, ondervoorzitter van Arby’s Restaurant Group Inc.
Gebruikers van Foursquare vragen aan anderen of ze hen mogen volgen, net zoals op Facebook en andere sociale netwerken. Ze concurreren met elkaar om “badges” te verzamelen, zoals de “Gym Rat”-badge die je krijgt nadat je in 30 dagen 10 keer hebt ingecheckt bij een fitnesscentrum. Deze zoektocht werkt als een stimulans om de hele dag door op verschillende plaatsen in te checken, want je weet nooit waardoor je een badge zult winnen.
Sommige badges worden ook gesponsord. Foursquare-gebruikers die Mazda volgen en die inchecken op deelnemende uitgaansgelegenheden, kunnen de Mazda-badge winnen en maken bovendien kans op een nieuwe auto. De Washington Redskins, een American Football team, kondigde onlangs ook aan dat iedereen die het team volgt op Foursquare en bij wedstrijden incheckt op het FedExField of in bepaalde “Redskin bars” kans maakt op een prijs: zitplaatsen, toegangspassen waarmee men voor de wedstrijd het veld op mag en een ontmoeting met de mascotte, een holbewoner, van de verzekeringsmaatschappij Geico op de wedstrijd van 15 november tegen de Philadelphia Eagles.
De gesponsorde badges zijn de enige bron van inkomsten voor Foursquare, zegt de 26-jarige Tristan Walker, recent afgestudeerd aan de Stanford Graduate School of Business en verantwoordelijke bij Foursquare voor de ontwikkeling van het bedrijf. Hij wil niet zeggen hoeveel de sponsoring kost, maar zegt enkel dat de prijs afgestemd wordt op de doelstellingen van het bedrijf. Maar het belangrijkste voor kleine bedrijven is de kans om klantengetrouwheid op te bouwen, zegt hij.
De 40-jarige Ian Letts, de helft van het commercial-directing team Perlorian Brothers , zegt dat hij op plaatsen in Los Angeles (waar hij mayor is van Chateau Marmont) en Toronto incheckt. “Ik doe dat niet voor het gratis koekje”, zegt hij. Het interessante eraan vindt hij “zijn sporen na te laten. Het is een soort van onzichtbare graffiti die alleen zichtbaar is voor de andere mensen in dit wereldje.”
Michael Arrington heeft zijn best gedaan om zijn politieke cv op Foursquare achter te laten. Arrington, de stichter van de website TechCrunch (die onlangs voor ongeveer 21 miljoen euro werd overgenomen door AOL Inc.), was tot dinsdag 2 november mayor van het hoofdkantoor van Facebook in Palo Alto, Californië. Hij woont echter in Seattle en is in jaren niet in de buurt geweest van het Facebook-kantoor. Hij gaf een programmeur de opdracht een code te ontwikkelen om de regel van Foursquare te kunnen omzeilen die stelt dat je in de buurt van een plaats moet zijn om te kunnen inchecken.
De 40-jarige Arrington zegt dat hij een kick krijgt van Foursquare en (zeker) Facebook te slim af te zijn. Toch heeft hij geen voordelen gekregen. “Ik vind wel dat ik een werknemersoptie verdien als mayor van Facebook”, zei Arrington onlangs.
Foursquare heeft deze week nieuwe regels ingevoerd: een bedrijf kan iemands titel van mayor ontnemen als het vermoedt dat die werd verkregen door vals te spelen. Dinsdag ontzette Facebook Arrington uit zijn functie, zei de woordvoerster van Foursquare.
Toen hij hoorde van zijn ontslag, reageerde Arrington via e-mail met de boodschap “LOL”. Facebook, dat het onlangs mogelijk heeft gemaakt om uitsluitend op hun kantoor op Foursquare in te checken, weigerde enige commentaar te geven.
De mayor van het Four Seasons restaurant in Manhattan, een favoriete stek voor invloedrijke personen op leeftijd, is de 26-jarige Gary He, een fotograaf uit Brooklyn. “Hier is niemand anders die Foursquare gebruikt, dus ben ik de mayor”, zei hij. He heeft het spel uitgelegd aan Alex von Bidder, de manager van het restaurant. “Ik had geen idee wat Foursquare was, en eigenlijk snap ik het nog steeds niet” zei von Bidder. Toen de barmannen hoorden dat He de mayor was, brachten ze hem een gratis bord koekjes. “De winnaar moet beloond worden”, zei von Bidder.
Luke’s Lobsters heeft twee vestigingen in New York. De mayors van beide vestigingen krijgen een korting van 10% en hun foto’s worden geprojecteerd op de tv-schermen aan de muren. “Iedereen spreekt me met mijn naam aan wanneer ik binnenkom”, zegt Sara Davis, mayor van de vestiging in de Upper East Side van Manhattan, New York. “Het is zo leuk! Ik voel me net burgemeester Bloomberg!”
Toen aan de kabinetschef van Obama werd gevraagd hoe ze dachten over de claim die Davis legt op het Oval Office, reageerde Bill Burton, woordvoerder van het Witte Huis, in een e-mail als volgt: “Ik denk dat je daarvoor beter een virtuele woordvoerder contacteert.”
Vrij vertaald door Noortje Van Den Steen naar het artikel “A World in Which You Can Be Mayor“ van Katherine Rosman.
zondag 7 februari 2010
Gebraden kip, met kroketten en spinazie met roomsaus
Dat is de tekst van het sms’je dat ik daarnet naar mijn vrouw stuurde. Ben ik nu ouderwets omdat ik daarover niet tweet ? Of is het omdat niemand zaken heeft met wat ik waar en wanneer eet en drink? Of omdat er niemand geïnteresseerd is in wat ik waar en wanneer eet en drink.
Een artikel van medio oktober uit La Libre Belgique dat terug te vinden was op express.be maakt melding van het feit dat zo’n 59.000 Belgen ooit al eens zou ‘getweet' hebben. Dat blijkt uit een studie van CommenTag, een Belgische start-up die applicaties voor Twitter schrijft.
In vergelijking met de 3 miljoen Facebook gebruikers in ons land, goed voor 300.000 unieke bezoekers per dag, gaat het om een haast verwaarloosbaar aantal mensen. Een mogelijke oorzaak hiervan is de geringe ontwikkeling van de Belgische mobilofoniemarkt. Twitter bewijst immers net zijn waarde wanneer het op je gsm aanwezig is.
Twitter, een microblogdienst waar je maximaal 140 karakters ter beschikking hebt om ‘in real-time' je boodschap te melden via internet, tweetdeck of via je mobiele telefoon, raakte vorig jaar wereldbekend toen Iran de rest van de wereld zo goed als afsloot van informatie over wat zich in het land afspeelde na de betogingen die volgden op de presidentsverkiezingen van begin juni. Twitter bleek toen één van de enige nog functionerende communicatiemiddelen te zijn.
Wereldwijd telt het Twitter-netwerk inmiddels zo’n 50 miljoen gebruikers. De cijfers verschillen van bron tot bron, maar op basis van de opgegeven geografische locatie komt Xavier Damman van Commentag uit op zo’n 59.000 gebruikers.
Een cijfer dat helemaal in het niets verdwijnt als je het aantal followers van de ISS Expedition Flicht Engineer Soichi bekijkt. Gisteren klokte hij nog af op 56.073 followers, daarnet waren het er al 60.174 en wellicht zijn het nu al meer.
Zijn tweets zijn dan ook meer dan de moeite waard. Casa Blanca vanuit de ruimte gezien, of Port au prince. Ik gebruik Soichi altijd als uitsmijter in mijn één van mijn presentaties over monitoring tools voor sociale media. Door hem moet ik de laatste slide telkens in real time aanpassen.
‘k Heb daarnet naar mijn vrouw gesmst dat ik me wat grieperig voel, maar daar heb je ook weinig aan. Misschien bel ik haar even dat ik vanavond wat vroeger in mijn bed zal kruipen. En aan dat bericht heb je helemaal niets, tenzij je me een dafalgan wil brengen.
Een artikel van medio oktober uit La Libre Belgique dat terug te vinden was op express.be maakt melding van het feit dat zo’n 59.000 Belgen ooit al eens zou ‘getweet' hebben. Dat blijkt uit een studie van CommenTag, een Belgische start-up die applicaties voor Twitter schrijft.
In vergelijking met de 3 miljoen Facebook gebruikers in ons land, goed voor 300.000 unieke bezoekers per dag, gaat het om een haast verwaarloosbaar aantal mensen. Een mogelijke oorzaak hiervan is de geringe ontwikkeling van de Belgische mobilofoniemarkt. Twitter bewijst immers net zijn waarde wanneer het op je gsm aanwezig is.
Twitter, een microblogdienst waar je maximaal 140 karakters ter beschikking hebt om ‘in real-time' je boodschap te melden via internet, tweetdeck of via je mobiele telefoon, raakte vorig jaar wereldbekend toen Iran de rest van de wereld zo goed als afsloot van informatie over wat zich in het land afspeelde na de betogingen die volgden op de presidentsverkiezingen van begin juni. Twitter bleek toen één van de enige nog functionerende communicatiemiddelen te zijn.
Wereldwijd telt het Twitter-netwerk inmiddels zo’n 50 miljoen gebruikers. De cijfers verschillen van bron tot bron, maar op basis van de opgegeven geografische locatie komt Xavier Damman van Commentag uit op zo’n 59.000 gebruikers.
Een cijfer dat helemaal in het niets verdwijnt als je het aantal followers van de ISS Expedition Flicht Engineer Soichi bekijkt. Gisteren klokte hij nog af op 56.073 followers, daarnet waren het er al 60.174 en wellicht zijn het nu al meer.
Zijn tweets zijn dan ook meer dan de moeite waard. Casa Blanca vanuit de ruimte gezien, of Port au prince. Ik gebruik Soichi altijd als uitsmijter in mijn één van mijn presentaties over monitoring tools voor sociale media. Door hem moet ik de laatste slide telkens in real time aanpassen.
‘k Heb daarnet naar mijn vrouw gesmst dat ik me wat grieperig voel, maar daar heb je ook weinig aan. Misschien bel ik haar even dat ik vanavond wat vroeger in mijn bed zal kruipen. En aan dat bericht heb je helemaal niets, tenzij je me een dafalgan wil brengen.
Labels:
commentag,
facebook,
social media,
soichi,
twitter
Abonneren op:
Posts (Atom)